pad

zinnen_van_brett_laken

bewustzijn = &&, emotie = &&

  1. wijzelf brengen ons in een toestand van totale minderwaardigheid, omdat op dat zo lage niveau onze eisen geringer zijn
  2. elke bewustzijnstoestand staat voor iets anders dan zichzelf
  3. emotie, slaperigheid, diefstal, angst voor de laurierboom, enz.
  4. in het bewustzijn zelf moeten wij de betekenis zoeken
  5. innerlijke analogie
  6. ter wille van een innerlijke betekenis maakt het bewustzijn zichzelf tot een geëmotioneerd bewustzijn
  7. irreflexief gedrag is geen onbewust gedrag maar gedrag dat zich van zichzelf bewust is zonder zichzelf als object te nemen
  8. het noëmatische correlaat van de dingen
  9. een emotie is een transformatie van de wereld
  10. het bewustzijn transformeert zich teneinde het object te transformeren
  11. de hyle
  12. bij de emotie verandert het door het lichaam geleide lichaam zijn betrekkingen met de wereld, om de wereld tot verandering van haar hoedanigheden te dwingen
  13. vrees is een bewustzijn dat beoogt door middel van magisch gedrag een object van de wereld buiten te loochenen, en dat daarin zo ver gaat dat het zichzelf teniet doet, als het object maar mee teniet gaat
  14. het is, kortom, de bedoeling dat er van de wereld een gevoelsmatig neutrale werkelijkheid gemaakt wordt
  15. de hele wereld is naargeestig, maar juist omdat wij ons tegen de angstwekkende en grenzeloze eentonigheid ervan willen beschermen , maken wij de ene of andere plek tot ‘hoekje’.
  16. in feite wordt vreugde opgeroepen doordat het object van verlangen is verschenen
  17. het scheppen van een magische wereld, waarbij ons lichaam dient als bezweringsmiddel
  18. wij moeten in aanmerking nemen dat emotie niet zomaar gespeeld wordt, niet louter gedrag is; het is gedrag van een lichaam dat in een bepaalde staat verkeert
  19. het bewustzijn beleeft de nieuwe wereld die het zonet geschapen heeft
  20. het bewustzijn is de gevangene van zichzelf, in die zin dat het dit geloof, dat het uit alle macht wil beleven, niet beheerst en wel omdat het dit beleeft en zich in die beleving verliest
  21. de magische wereld tekent zich af, neemt vorm aan, trekt zich vervolgens om het bewustzijn samen en omknelt het
  22. alle emoties hebben dit gemeen dat zij een zelfde wereld aan het licht brengen die wreed is, verschrikkelijk, somber, vrolijk, enz. maar waarin de relatie van de dingen met het bewustzijn altijd en uitsluitend magisch is
  23. het afschrikwekkende is nu dat het afschrikwekkende een substantiële kwaliteit is, dat er afschrikking in de wereld bestaat
  24. er is een existentiële structuur van de wereld die magisch is
  25. de magische structuur beheerst de interpsychische betrekkingen van de mensen in een samenleving beheerst en meer in het bijzonder onze waarneming tot de ander
  26. zo is de mens altijd een tovenaar voor de mens en is de sociale wereld in de eerste plaats magisch
  27. de ongedifferentieerde achtergrond van het verschrikkelijke